Vier op de vijf woningen in de Vruchtenbuurt kan comfortabel op 55°C
Drie winters lang maten bewoners en vrijwilligers van Warm in de Wijk de temperaturen in bijna honderd woningen in de buurt. De conclusie is duidelijk: vier op de vijf woningen kan comfortabel verwarmd worden met de ketel op 55°C: precies de temperatuur waarop het toekomstige warmtenet gaat werken. Niet als theorie, maar als bewijs uit de praktijk, bij echte buren in echte huizen.
Wil je weten wat dat voor jouw woning betekent? Lees de samenvatting hieronder, of duik meteen in het volledige verhaal.
🌡️ Meld je aan! We komen langs en kijken mee
Wat de metingen laten zien
In de winter van 2025–2026 deden 39 woningen mee aan de derde en strengste meetronde tot nu toe, met 31 vorstdagen en temperaturen tot -4,5°C op kerstdag. In elke woning hingen vijf thermometers die elke kwartier maten. De resultaten:
Bij geen van de 39 woningen is vastgesteld dat aansluiting op een warmtenet van 55°C onmogelijk is. Van de woningen waar bewoners de keteltemperatuur ook daadwerkelijk verlaagden: 83% had het ook op de koudste dagen warm genoeg, de gemiddelde comfortscore was een 7,2 (bij koopwoningen zelfs een 7,8), en drie kwart wil de ketel komend jaar op 55°C of lager houden.
De grootste verrassing: het energielabel doet er minder toe dan verwacht. De doorslaggevende factor is bijna altijd de afgifte (dus hoe de warmte van de ketel de kamer bereikt) en niet de dikte van de muren of het dak.
Long read: drie jaar meten in de Vruchtenbuurt
Van rekensommen naar bewijs
Het begon in 2023 met berekeningen op papier. Op basis van een reëel isolatiepakket werd doorgerekend of warmteafgifte op 55°C voldoende zou zijn voor de woningen in de buurt. De conclusie was veelbelovend, maar theorie is niet hetzelfde als praktijk. Dus zijn we gaan meten.
Voorjaar 2024: de eerste ronde, met de hand
Op een koude aprilmorgen bezochten vrijwilligers veertien woningen: van tussenwoning tot appartement, van energielabel C tot G. Met handmatige thermometers, eigen meetformulieren en veel gesprekken aan de keukentafel. De uitkomst was verrassend: alle veertien woningen bleken aannemelijk geschikt voor aansluiting op een warmtenet van 55°C, mits de radiatoren goed waterzijdig worden ingesteld. Niet één woning viel bij voorbaat af.
Winter 2024–2025: opschalen met digitale loggers
Met de geleerde lessen uit 2024 stapten we over op automatische temperatuurloggers. Die maten gedurende de hele winter elke tien minuten in 48 woningen: bij de ketel, bij de radiator en in de woonkamer. De koudste dag was 2 februari 2025, met -3°C buiten. Van de 34 woningen met bruikbare data bleken er 27 technisch geschikt voor verwarming op 55°C. Bij de overige zeven woningen lag de oorzaak zelden bij het dak of de muren. Het probleem zat vrijwel altijd in de radiatoren of de ketelinstelling. Opvallend: 86% van de bewoners die vooraf twijfelden, was achteraf positief verrast door het comfort.
Winter 2025–2026: de strengste test
De derde meetronde was de veeleisendste tot nu toe: 31 vorstdagen, temperaturen tot -4,5°C op eerste kerstdag en een nieuwe vorstpiek van -3,5°C in januari. In 39 woningen met volledige data hingen vijf thermometers per woning, die van december tot en met april elke kwartier maten. Bij geen van deze woningen is vastgesteld dat aansluiting op 55°C onmogelijk is.
Wat maakt een woning geschikt?
Drie jaar meten heeft één dominante factor blootgelegd: de afgifte. Niet het energielabel, niet de dikte van de muren, maar de manier waarop warmte de kamer bereikt.
Woningen met vloerverwarming presteren het best: geen enkele liet onvoldoende comfort zien. Convectorputten doen het ook goed. Twee- en drieplaats radiatoren werken prima, mits goed ingesteld. Eénplaats radiatoren zijn de kwetsbaarste schakel: in alle gevallen waar die voorkwamen was er onvoldoende comfort, ook als de woning technisch gezien wél 55°C-geschikt was.
Een veelvoorkomend probleem: de ketel pingelt
In bijna alle woningen viel hetzelfde op: de ketel schiet omhoog, stopt, en begint opnieuw op te hoog vermogen. Dat heet ‘pingelen’, en het zorgt voor onnodig hoge stookkosten en extra slijtage. De ketel vlakker afstellen, zodat hij geleidelijk blijft moduleren, helpt meteen.
Isolatie: nuttig, zelden doorslaggevend
Dakisolatie, kierdichting en goed glas zijn zeker zinvol. Maar in slechts één van de 39 woningen was isolatie een harde voorwaarde voor aansluiting op het warmtenet. In de meeste gevallen zat de oplossing in de installatie, niet in de bouwkundige schil.
Hoe doen verschillende woningtypen het?
Tussenwoningen doen het het best. Beschut door buren aan weerszijden, compacte bouwvorm, en bewoners hebben vaak al geïsoleerd. 69% wordt als geschikt beoordeeld.
Hoekwoningen hebben meer buitengevel en daardoor een hogere warmtevraag. Iets meer maatwerk is nodig, maar 67% is geschikt te maken.
Benedenwoningen zitten in de middenmoot. Ze worden mede verwarmd door buren boven en opzij, maar het afgiftesysteem vraagt aandacht. Meer dan de helft is geschikt.
Bovenwoningen zijn de meest uitdagende categorie. Warmteverlies via het dak speelt een rol, maar ook hier ligt de oorzaak van onvoldoende comfort meestal bij de afgifte of de ketelinstelling. In de volgende meetronde richten we ons extra op dit woningtype.
Appartementen laten een redelijk comfortniveau zien, maar ook de meeste onzekerheid in de analyse. Dat komt doordat warmte-uitwisseling met buren boven, onder en naast niet altijd zichtbaar is in individuele metingen. Komende ronde willen we meerdere appartementen in hetzelfde blok tegelijk meten.
Huurder of eigenaar: zelfde techniek, andere weg
Technisch gezien is er weinig verschil tussen huur- en koopwoningen. In beide gevallen zijn afgifte en ketelgedrag de voornaamste oorzaken van onvoldoende comfort. Het verschil zit in wie de knoppen bedient. Als eigenaar kun je zelf beslissen de ketel vlakker in te stellen of de radiatoren te laten inregelen. Als huurder ben je voor die grotere aanpassingen afhankelijk van je verhuurder Staedion, Vidomes of een particulier. Huurders kunnen wél zelf aan de slag met kleine maatregelen: radiatorfolie, gordijnen tot op de vensterbank, deuren dichthouden.
De meetresultaten geven huurders én verhuurders een concreet gespreksstuk in handen; geen hypothetische scenario’s, maar echte metingen in echte woningen in de buurt.
Wat kun jij nu doen?
Wil jouw woning klaar zijn voor het warmtenet, en ondertussen al comfortabeler en zuiniger worden? Er zijn vijf concrete stappen die je nu al kunt zetten: de ketel lager instellen (in veel woningen is dat genoeg, met hulp van een fixer uit de buurt), waterzijdig inregelen (kleine aanpassing, merkbaar verschil in elke kamer), de ketelinstelling optimaliseren zodat pingelen stopt, radiatorventilatoren of radiatorfolie plaatsen (goedkoop en meetbaar effectief), en isoleren: vloer, gevel, dak of glas, elke verbetering telt.
We denken graag met je mee, of je nu huurder of eigenaar bent.
🌡️ Meld je aan! We komen langs en kijken mee
< Terug naar overzicht